Willem Vermandere verbonden met Waregem

Willem Vermandere (°Lauwe 1940) volgde de Latijns-Griekse humaniora bij de paters oblaten in Waregem. Hij tekende zijn kladschriften vol ventjes en karikaturen van zijn leraren. Op feestjes van de jeugdbewegingen Chiro, KSA, ea. deed hij in de tweede helft van de jaren 50 zijn eerste ervaringen op met het gitaarspelen voor een publiek en begon na verloop van tijd melodietjes te componeren en gedichtjes op muziek te zetten. Hij benoemde later de oblatenschool “strenge internaat in die paters-kweekschool in Waregem.”

Hij studeerde godsdienstwetenschappen in Gent. Toen hij meende een religieuze roeping te hebben ontvangen, ging hij in het klooster bij de paters oblaten. Hoewel hij het klooster na vier jaar verliet, was deze periode door het dagelijkse gregoriaanse gezang en de vele negro-spirituals die hij toen zong, een belangrijke stap in zijn muzikale carrière. In Gijzegem had hij ook zijn eerste muziekgroepje met de Pancho’s.

"Ruim vier jaar heb ik daar doorgebracht, In Korbeek-Lo en Gijzegem. Toen moest ik er weg om me te bevrijden, hoezeer ik in die tijd en ook nu nog gefascineerd blijf door het mystieke en transcendente. Het klooster was niets voor mij. Na een jaar noviciaat, twee jaar filosofie en anderhalf jaar theologie was het voor mij genoeg. Ik was aan het beeldhouwen geslagen. Ik wilde componeren, tekenen en schilderen.”

Voor Warmegem op de markt  hebben we vandaag 17 februari met GHG Waregemse Verhalen dan ook de plaat aangevraagd van Willem Vermandere - Lat mie mar lopen, op de Stroate ..."


Zoektocht naar Waregemse dwangarbeiders Venusberg

Stephane Peeters, met roots in Anzegem en die jaren in Waregem werkte voor Castra-Scansped-Schenker".Stas Waregem, is op zoek naar familieleden van Waregemse dwangarbeiders die tijdens WO II met zijn vader gevangen zaten in Venusberg. Hij is op zoek naar kinderen, kleinkinderen, familieleden of vrienden van de toenmalige lotgenoten van zijn vader. Concreet heeft hij weet van Albert Platteau (°3-6-1915 contactadres: Germaine Snoeck, Potegem C 23  Waregem), Maurice Beyls (°7-10-1915 -Tenheede 48a Waregem en Roger Vanbrabant (°18-5-1923 - contactadres: Maurits Vanbrabant, Cainjaert 20 Sint-Baafs-Vijve).

De gevangenen waren vooral werkweigeraars die de dagen en weken voordien door de Duitse bezetter waren opgepakt in België en Noord-Frankrijk. Onder gewapende begeleiding van Duitse soldaten en Belgische collaborateurs in burger werden 1.500 mannen op 20 juli 1944 te voet vanuit de Rijkswachtkazerne van Etterbeek naar een Brussels treinstation overgebracht. Met de trein ging het daarna naar Dresden. Na een week Dresden werden ze van daaruit verdeeld over verschillende ateliers en fabriekjes die werkten voor de Duitse oorlogsproductie.

Een aantal onder hen zijn doorgestuurd naar het kleine plaatsje Venusberg, ten zuiden van Chemnitz (Duitsland), waar ze op 29 juli 1944 zijn aangekomen. In de gebouwen van de spinnerij “Schüller” werden ze ingezet voor het maken van vliegtuigmotoren en onderdelen voor rekening van de constructeur “Junkers Flugzeug- und Motorenwerke AG” uit Dessau. Ze maakten ook onderdelen voor V-wapens. Ze sliepen in een “Lager”, genaamd “Glück Auf” op 15 minuten wandelen van de “fabriek”. Ze kregen nauwelijks te eten en hadden bijgevolg doorlopend honger. Om hun rantsoen, bestaande uit een waterige soep met een stukje raap of biet, aan te vullen plukten ze wilde bloemen en gras.     


1638: Moeder verhangt zich in het bijzijn van twee kleine kinderen (Filips Benoit).
Familiedrama’s zijn van alle tijden, ook zelfdoding. De familie Dumon-Demeestere behoorde tot de armste gezinnen van Waregem. Ze werden niet eens vermeld in de belastingen van 1631 en 1638 omdat zij geen land bewerkten. De belastinginning was nagenoeg volledig gebaseerd op de landbouwproductie. Joos Dumon was dus fulltime dagloner. Hij teelde zelf niets. Joos’ vader Samson woonde in de wijk Spitaals nabij de grens met Desselgem waar hij een klein perceeltje bewerkte. Hij betaalde in 1638 het op 10 na de laagste belastingbedrag.
Vader en zoon Dumon waren ongetwijfeld Waalse emigranten die werkten als dagloners op een van de grote pachthoven in de wijk Spitaals bijvoorbeeld het Goed te Sint-Jans, Spitaalstraat, of het Goed te Caseele, Casselstraat. We moeten het gezin Dumon-Demeestere dan ook helemaal onderaan de sociale ladder plaatsen, onder de armoedegrens. Hun leven was fysiek en metaal bijzonder zwaar.

Toen Joos Dumon op zaterdag 6 maart 1638 tsavonts tusschen doncker en claeren thuis kwam, zag hij hoe zijn vrouw zich had verhangen in de slaapkamer. Een van beide kinderen zei: Moeke slaept en hield haar vast bij een sleppe vanden rok alsof het kind haar wilde wakker maken.
Joos verwittigde zelf de veldwachter en op zondag 7 maart 1638 kreeg hij bezoek van het schepencollege. De wethouders schouwden het lichaam en griffier Frans de Scheemaeckere noteerde het verslag. Ze zagen Magdalena Demeestere doot hanghende an eene coorde onder den kinne in haere coutse [bedstede] sittende met beede de knien op het bedde. Moeder Magdalena werd niet kerkelijk begraven want zelfdoding ging in tegen de wil van God en het lijk mocht niet in gewijde grond rusten in vrede. Van andere gevallen weten we dat het lijk in een spriet van een boom werd gehangen op een uithoek van het dorp. Bovenop de armoede die de familie moest dragen, kwam die vernedering ongetwijfeld hard aan.

Maar, het leven ging verder en de kinderen moesten gevoed en opgevoed worden. Joos Dumon trouwde op 20 juni van hetzelfde jaar met Francisca Vanwalleghem. Joos had een huis en Francisca wilde eindelijk het huis uit. Haar beide ouders waren overleden. Volgens de staat van goed van vader Bernard Vanwalleghem had Francisca een hectare akkerland geërfd. Een nieuwe start was mogelijk. Verder lezen we dat op 23 augustus 1638 Joos Demon in Petegem bij Oudenaarde verscheen en verklaarde Francine getrouwd te hebben. In Waregem was een wijk Potegem, misschien een spraakverwarring. We vonden van dit koppel geen kinderen, niet in Waregem, niet in Petegem.
Hoewel er in de akte twee kinderen werden vermeld, konden wij er slechts één vinden nl. Joos jr. gedoopt op 18 september 1635. Jooske was de dag van het drama tweeënhalf jaar oud.

Vertaald: Op 18 september (1635) heb ik gedoopt Joos du Mont zoon van Joos en Magdalena Demeestere echtgenoten. Joos werd geboren (de vorige avond) om 16 uur. De getuigen waren Joannes Geerolf en Catharina Detollenaere. © Rijksarchief Kortrijk
Bijkomende genealogische gegevens:
Bij de schepenen enkele gekende personen o.a. baljuw Jan Deconinck wie we bij gelegenheid in de lijst van Waregemse grootheden zullen plaatsen. Verder nog Jans schoonzoon Lieven van Aelst wiens zonen hun ooms Deconinck zullen volgen naar Napels, allen verwanten van BV Jan Borne die in de 16de eeuw furore maakte in de internationale handel (zie onze website rubriek “Grootheden”). Verder nog schepen Jan Deborggraeve voorvader van een bestuurslid van de Waregemse Verhalen.


Huis Dewever langs Vijfseweg wordt gesloopt

De vroegere villa van de legendarische Arthur Dewever op de hoek van de Vijfseweg met de Ter Elststraat wordt gesloopt. Achter de villa lagen de magazijnen van zijn groothandel in eieren. Net als zijn vader begon Arthur Dewever (Tourcoing 1887- †Waregem 1955) een groothandel in eieren. Aanvankelijk wou hij zijn zaak vestigen in de Stormestraat, maar uiteindelijk vond hij een geschiktere plaats dicht bij het station, in de huidige Vijfseweg nr 11, waar tot voor kort de firma Verplancke gevestigd was. Hij kocht het pand van een zekere Vandenbroucke, die nog verre familie van hem was. Bij het huis hoorde ook een grote tuin aan de overzijde van de straat waar nu de garage Vergotte staat.

Hij huwde met Germaine Mahieu (1889-1965). Ze kregen 4 kinderen: Yvonne, Paulette, Jeanine (overleden toen ze 1,5 j was) en Jeanine. Zijn groothandel in eieren groeide uit tot één van de belangrijkste in het land met belangrijke klanten in binnen- en buitenland. De werknemers haalden eieren op bij de boeren, eerst met paard en kar, later met vrachtwagens. Arthur was ook lid van het comité dat in Kruishoutem wekelijks de verkoopprijs van de eieren bepaalde. Tijdens de bombardementen van WO II kwam heel de buurt bij hen overnachten in de betonnen ‘schuilkelders’.

Arthur Dewever was voor de hele Stationswijk een echte ‘vaderfiguur’. Samen met Medard Verheylesonne stond hij in 1928 aan de wieg van de Red Star. Als echte paardenliefhebber was hij een kwarteeuw ‘commissaris’ bij de drafwedstrijden. Ook de dochters Paulette en Jeanine waren ‘sport-minded’. Zij stichtten in 1943 de Happy Tennis Club.

(info Simonne Coucke, Verloren gewaand Kapelletje in Vandewoestijnelaan, Gavergids 2013 nr 2.)


Het paard koning Balthasar vertrappelde Marieke Destoop op Waregemkermis 1726  (Filips Benoit)

Op Waregemkermis, de laatste zondag van augustus, werd traditioneel een stoet gehouden ter ere van de wijding van kerk vele eeuwen daarvoor. Op kermiszondag 25 augustus 1726 verzamelden de stoetgangers zich achter de kerk, klaar om de Plaats op te gaan. In de stoet werd christelijke legendes uitgebeeld o.a. de drie koningen te paard die de pas geboren Jezus vereerden met goud, wierook en mirre. Verder ook een groepje jonge meisjes die de legende van de H. Ursula en de elf duizend maagden moest voorstellen.

Adriaan Coorevist was koning Balthasar, den swaerten coninck van de drije. Hij was de paardenknecht van griffier Cardon. Marieke Destoop representerende een maagdeken was het vijfjarige dochtertje van Jan en Francisca Wemel.

De spanning steeg met het naderen van de start, het einde van de hoogmis. Koning Coorevits kon zijn paard niet in bedwang houden en heeft die dag het vijfjarige Marieken overreden in het uijtgaen vande processie naer den goddelijcken dienst. Marieken was dodelick ghequest maar is blijkbaar niet overleden aan de gevolgen van het accident. We vonden in alle geval geen begrafenis op haar naam.

Fig 1: Waregem Plaats anno 1793. Veel plaats om een stoet op te bouwen was er blijkbaar niet want de kerk was nog omringd door een ommuurd kerkhof. © Familiearchief della Faille d’Huysse

Genealogie:

We konden alle vermelde personen vlot vinden in parochieregisters en/of gepubliceerde stambomen. Dergelijke verhalen kunnen het opsommend karakter van stambomen wat breken en een beeld geven van het dagelijkse leven van onze voorouders. Nog interessant bij dergelijke getuigenissen zijn de persoonsgegevens die anders moeilijk te vinden zijn.  De Waregemse kleermaker Louis Vilain was geboren in Sint-Winoksbergen. De pastoor heeft het in alle geval niet vermeld bij zijn huwelijk. 

Het document levert ook een reeks handtekeningen, altijd mooi om een stamboom te illustreren. Getuige Adriaan de Viaene kon niet schrijven en ondertekende met een zandloper. Kleermaker Louis kon het wel en zette eigenhandig zijn naam onder de getuigenis. Hoe zou hij anders zijn onkosten genoteerd hebben. Onderaan het document vinden we de handtekeningen van de leden van het schepencollege: baljuw, griffier en schepenen.


Gruwelijke roofmoord op een 16-jarige dienstmeisje te Desselgem anno 1854

Op zondag 17 december 1854 werd een 16-jarig dienstmeisje gruwelijk vermoord te Desselgem. Dader Karel Algoet, een werkloze metser, werd schuldig bevonden en onthoofd met de guillotine te Kortrijk. De executie verliep niet perfect want zijn hoofd rolde van het schavot op de straatstenen. (uit de familiekroniek van Soraya Deborggraeve)

De gezinssituatie

Slachtoffer Melanie Vande Steene was dienstmeid bij het koppel Angelus Meersman - Sofie Deborggraeve.. Melanie was een van de vele weeskinderen die zeer jong als dienstmeisje werd geplaatst. Angelus en Sofie hadden zelf geen kinderen. De echte behoefte om een extra werkkracht voor het huishouden in dienst te nemen, was bijgevolg niet. Misschien speelde het moederinstinct van Sofie een rol toen de Desselgemse veldwachter Charles Carlier een gastgezin zocht voor zijn achternichtje.

Een periode van armoede en hongersnood

Melanie Vande Steene werd geboren in Wortegem, in een landbouwersgezin. Haar moeder Rosalia Messiaen had een kort eerste huwelijk met Jacob De Lezie, met wie ze 3 dochters kreeg tussen 1828 en 1832. Haar man overleed na vier jaar huwelijk. Snel hertrouwen was toen, zeker voor de lage klasse, de enige overlevingsstrategie. Rosalia huwde op  21 augustus 1833 de Wortegemse landbouwer Petrus Ludovicus Vande Steene. Hem schonk ze 4 dochters, waarvan de tweede dochter stierf op de leeftijd van 7 maanden. Rosalie had nu zes dochters uit twee huwelijken. Opnieuw was het leven hen niet genadig. In 1846 overleed haar tweede man. Om het drama compleet te maken overleed ook Rosalie twee jaar later. Ongetwijfeld speelde hier de rampzalige periode van de mislukte aardappeloogsten met hongersnood en ziekte een rol.

De rampzalige dag

Op zondag 17 december 1854 vertrokken Angelus Meersman en zijn vrouw Sofie Deborggraeve rond 6 uur in de morgens naar de vroegmis. Het koppel woonde in de Waalshoekstraat tegen de grens met Sint-Eloois-Vijve. Melanie bleef alleen thuis om en de keukenstove uit te kuisen en de aardappelen klaar te zetten. Het geld en de waardevolle voorwerpen lagen achter slot en grendel in een koffer in de slaapkamer.

Na de mis kwam Sofie Deborggraeve als eerste thuis. Melanie, lag levenloos op de keukenvloer, badend in haar eigen bloed, naast het fornuis dat ze zou schoonmaken. Haar armen lagen kruiswijze gespreid, het hoofd verbrijzeld, het haar in de war, de handen waren bebloed en verkrampt van de diepe wonden. Daarbovenop was ook de haar keel doorgesneden.

Het was duidelijk een roofmoord want de gesloten slaapkamerdeur was open gestampt en het slot van de koffer bij het bed gebroken. Er was minstens 62 frank gestolen, 12 stukken van 5 frank en 1 stuk van 2 frank. In de verklaring die Angelus aflegde, werd genoteerd dat er zeker twee munten van 5 frank en twee dobbele franks verdwenen waren. Eén stuk al heel erg versleten was. Er werd verder niets anders meegenomen.

Het duurde niet lang vooraleer de buren een steeds luider vermoeden kenbaar maakten omtrent wie de dader was. Karel Algoet een 31-jarige metser had een reputatie als crimineel en geweldenaar. Het snel aanwijzen van een dader is een primitieve verdedigingsreflex van elke gemeenschap.

Het gerechtelijk onderzoek

Misschien om de gemoederen te bedaren werd Algoet snel opgepakt, maar er waren geen afdoende bewijzen voor een blijvende aanhouding. De publieke opinie reageerde fel op de vrijlating van Algoet: Waarom loopt de moordenaar Algoet nog vrij rond!? Kort daarop werd hij opnieuw opgepakt. Zijn loslippigheid had hen verdacht gemaakt.

Karel Algoet had tegen verschillende personen verhalen verteld waaruit bleek dat hij heel goed wist waar het meisje lag en in welke positie. De onderzoekers wisten echter zeker dat hij na de ontdekking van het arme meisje niet in het huis aanwezig was tot het lijk daar werd weggehaald. Algoet had ook bloed op zijn rechteroor, en krabbelingen en bloedplekken op de linkerhand. Daarbovenop had hij kort na de moord ten huize van weduwe Willems een versleten muntstuk, de dobbele frank, omgeruild. De verdediging van Algoet was een opeenvolging van leugens. Na een maand volgde de bekentenis.

De bekentenis van Karel Algoet

Volgens Karel was hij al drie weken werkloos, zonder enig inkomen. Zijn ouders, bij wie hij nog inwoonde, wisten dit niet. Vader Algoet eiste dan ook dat hij zou betalen voor kost en inwonen. De nood aan cash werd groot en Karel smeedde een plan.

Karel was naar de vroegmis in Desselgem gegaan, om zijn alibi te verzekeren. Daarna was hij direct naar de hofstede getrokken. Melanie stond bij de stoof toen hij de deur opentrok. Hij vroeg Melanie of haar meester thuis was. Ze knikte ontkennend en na een kort gesprek sloeg hij haar zo hard met een kloef op het hoofd dat ze duizelig werd en op de grond viel. Volgens Karel riep Melanie toen: doet mij geheel dood! Op dat moment zag Karel een mes liggen op de tafel. Spijts Melanie zich fel verweerde had Karel gewrongen en gesneden tot ze levenloos was blijven liggen. Nu pas kon hij het geld zoeken. Hij gestampte de slaapkamerdeur open, brak het kofferslot en nam de beurs die erin zat. Hij vond geen ander geld, liep het huis uit en gooide de lege beurs op een akker. Eenmaal thuisgekomen verstopte hij de 5 frankstukken in een kepering (gebinte) boven zijn bed in de zolderkamer. De versleten dubbele frank ging hij vrij snel inwisselen bij weduwe Willems.

Uiteindelijk werd Karel Algoet door het assisenhof van West-Vlaanderen schuldig bevonden aan vrijwillige doodslag met voorbedachte rade op de persoon van Melanie Vande Steene en diefstal ten nadele van Angelus Meersman.  Hij werd hiervoor ter dood veroordeeld.

De executie te Kortrijk

De straf moest uitgevoerd worden op een openbare plaats te Kortrijk. Karel Algoet werd op maandag 16 april 1855 aan de Casino op het Jan Palfijnplein te Kortrijk openbaar geëxecuteerd met de guillotine.

We volgen nu het sterk moraliserend krantenartikel van de Gazette van Brugge van 18 april 1855. De dag voor de executie werd Karel Algoet met de trein overgebracht van Brugge naar Kortrijk. Algoet verbleef een nacht in de gevangenis van Kortrijk. Daar werd hij nog een laatste keer ondervraagd door de procureur des konings en de burgemeester. Algoet verklaarde geene byzondere openbaringen meer te doen. Na de ondervraging nam hij een hertelyk avondmael en smoorde eenen cigaar. Nieuwsgierigen probeerden door het venster te gluren, maar werden verjaagd. De aalmoezenier kwam op bezoek om te bidden en een laatste biecht. Biechtvader M. Walle bleef de ganse nacht bij Algoet. De tegenwoordigheid van zynen biechtvader, zegt hy, deed hem goed, en verdreef de nare gedachten. Ten 5 ure ’s morgens wydde hy nog eens eenige oogenblikken toe aan het gebed. Om zes uur volgde een H. Mis waar hij nog naar de communie ging en dit met de grootste ingetogenheid. De goede grondregels welke men hem in zyne jeugd ingeboezemd had, en die als in sluimer geraekt waren, hernamen hunne oude kracht. Algoet was een geheel ander mensch geworden. Om zeven uur volgde een twee H. Mis. Kwart voor acht kwam de beul en deed hem het dwangkleed aan. Algoet bleef kalm maar vroeg uitdrukkelijk aan de aalmoezenier om bij hem te blijven tot het laatste ogenblik. Dan werd hij naer het schavot vervoerd. Wanneer zy voor de Casino aankwamen trad Algoet kloekmoedig het schavot op zonder de oogen te wenden noch naer het volk, noch naer het mes. Daer omhelsde hy zyn biechtvader, kuste het kruis en zei: Heer in Uwe handen beveel ik mynen geest. Het mes viel neder. Algoet was in de eeuwigheid.

Algemene ontsteltenis toen de menigte zag dat het hoofd van Algoet niet in de zak belandde, van het schavot rolde en op de straatstenen viel. De menigte kwam in beroering maar de beul kon snel het hoofd naast het dode lichaam leggen. De rust keerde terug.

Geen slachtofferhulp

Hoe Angelus en Sofie met de moord in hun hofstede omgingen, valt moeilijk te bevatten. Angelus tekende, samen met de veldwachter, de overlijdensakte van Melanie. De arme man was duidelijk van slag, want de handtekening doet heel beverig aan, zeker vergeleken met de andere aktes waarop zijn handtekening terug te vinden is. We hopen stilletjes dat een ander weeskind, misschien Melanies zus, het kinderloos gezin kon opvrolijken met haar jeugdige aanwezigheid.

Sofie Deborggraeve, de zus van mijn voorvader, stierf vele jaren later, op 87-jarige leeftijd in haar huis in de Cauwenhoek te Sint-Eloois-Vijve, haar man Angelus overleed nog eens dertien jaar later in Waregem in de wijk Potegem. De ouders van Melanie Vande Steene hebben de moord op hun dochter niet meegemaakt. Haar zussen natuurlijk wel. Het mag duidelijk zijn dat het plan van deze Karel Algoet om snel geld te verdienen, heel veel levens beroerd heeft!

Bronnen:

Ducatteeuw, De guillotine als executie, De Gaverstreke, jaarboek 48 (2020), p. 303.
W. De Bouvrie, Een Desselgemnaar onder de guillotine, De Gaverstreke, jaarboek 50 (2022), p. 83.
Marleen Dupont, Openbare terechtstellingen in West-Vlaanderen, Licentiaatsverhandeling UGent (2002).

De Gazette van Brugge van 18/04/1855, p.3 en 4.


Kerst

Onze kerstgebruiken met kerstboom kregen hier vermoedelijk ingang met de Eerste Wereldoorlog. Bijgaande foto uit de verzameling van Steven Craenhals toont ons Kerstmis of “weihnachten 1914” in het station van Desselgem. Drie Duitse soldaten met links hun onderofficier en de Desselgemse stationschef Cyriel Debraekeleer poseren met kerstgeschenken en waarschijnlijk de eerste kerstboom in Desselgem ooit. Het Duitse gebruik bracht is sindsdien ook hier gemeengoed geworden.

De Desselgemse pastoor Jozef Coussement noteerde in zijn dagboek dat de invallende Duitsers het station bezet hadden vanaf 19 oktober 1914. Van dan af liepen  er op de West-Vlaamse lijnen geen Belgische treinen meer. Duitse brandweerlui herstelden de sabotage aan sporen en stations die het Belgisch leger bij zijn aftocht had aangericht tussen Deinze en Kortrijk. Duitse beambten namen de werking van het spoor over. Desselgem was een belangrijk goederenstation als los- en laadplaats voor vlas, kolen en andere bulkgoederen.

(Etienne Ducatteeuw in Beverblaadje kerstnummer 2014)


Postzegelcollectie Emile Claus

Impressionist Emile Claus (Sint-Eloois-Vijve, 27 september 1849 – Astene, 14 juni 1924) is voor volgend jaar opgenomen in de postzegelcollectie van bpost. Vijvenaar Emile Claus wordt volgend jaar, 100 jaar na zijn overlijden, een hoofdthema in ons jaarboek. We plannen ook in samenwerking met Zingende Sterren, Statievrienden e.a. een evocatie van zijn bekendste Waregemse schilderij Het Hanengevecht met Waregemse figuren van eind 19de eeuw.

Hij was de belangrijkste vertegenwoordiger van het impressionisme in België. Men beschouwt hem als de leider van het Belgische luminisme. In 1904 stichtte hij de Kring Vie et Lumière. Hij raakte zo bekend als de "zonneschilder" en de "schilder van de Leie". Zijn schilderijen De bietenoogst uit 1890 en De ijsvogels uit 1891, die beide zijn opgenomen in de postzegelreeks, zijn belangrijke scharnierwerken in deze evolutie. De werken van Emile Claus zijn verspreid over de hele wereld.

Het postzegelvel bevat 10 postzegels met werken van Claus, waaronder uiteraard “Bietenoogst”, zijn grootste werk en het pronkstuk van het museum in Deinze. Het postzegelvel zal vanaf 10 juni 2024 beschikbaar zijn in alle bpost-kantoren en in mudel. Op 9 juni plant mudel voor filatelisten een speciale afstempeldag in het museum. “Emile Claus: Meester van het licht” zal 14,30 euro kosten en telt 10 verschillende postzegels.

Het hanengevecht zit spijtig genoeg niet opgenomen bij de afbeeldingen van de reeks schilderijen van Emile Claus. De aanvraag werd ingediend door afstammelingen van Emile Claus en BPost heeft zich nadien geinformeerd bij het MSK uit Gent en Waregem werd niet betrokken bij de uitgifte. met het MSK uit Gent. De onderwerpen zijn : Picknick , Bietenoogst, Vlasoogst, zelfportret (1912), IJsvogels, Oude tuinman, zicht op Thames, 2 roosjes, koeien, mevrouw.

https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2023/11/27/impressionist-emile-claus-uit-deinze-opgenomen-in-de-postzegelco


Elk zijn jachtgebied! (Filips Benoit)

In de nacht van 10 op 11 april 1730 werd Desselgemnaar Willem Vanmarcke dood geslagen door een jaloerse Waregemnaar. Het gevecht vond plaats voor de herberg ‘t Strop

Fig. 1. Kaart anno 1642 met de plaats van het delict: herberg ‘t Strop. © Rijksarchief Kortrijk

Omstreeks 20 uur waren Willem Vanmarcke, Jan Blomme en Pieter Jacques in herberg Den Cnock te Desselgem en speelden er met de bolle. Willem had nog zin in een vrijpartij met de schoondochter Gillis Tjolle van Waregem. Herbergier Tjolle woonde in de huidige Stormestraat niet ver van de Plaats van Waregem.  Een goed uur later was het drietal ter plaatse, maar Willem had veel concurrentie. In groepjes kwamen nog een tiental jonge Waregemnaars het gezelschap vervoegen alwaer sij ghesaemdelijck hebben ghecoudt, ghelachen, toeback ghesmoort ende brandewijn ghedroncken ende eenighe bij toere ghevrijdt met de dochter. Om beurt gingen jonge mannen naar de keuken en vrijden met de schoondochter. Wat hier precies bedoeld werd met het gevrij en in hoeverre de schoondochter vrij was, konden we niet achterhalen. We laten de verbeelding van de lezer de rest invullen.

Er werd niet enkel gelachen en geflirt. Enkele getuigen zagen een discussie tussen Willem Vanmarcke en enkele Waregemnaars. De compagnons konden evenwel de rust herstellen. Welcke carrelle [querelle = dispuut] ende woorden ghemildert is gheworden door het tusschenspreken van eenighe andere jonkmans vande compagnie.

Omstreeks middernacht verplaatste het gezelschap zich naar de herberg van Joos Nachtergaele en Marie Deweert buren van Gillis Tjolle. Willem Vanmarcke bleef evenwel het langst plakken ten huize Tjolle. Een half uur later zat iedereen bij Joos Nachtergaele, maar nu in twee gescheiden groepen: de Waregemnaars in de keuken, de Desselgemnaars in de voorkamer. Ook hier werd bier en brandewijn gedronken.

Om 2 uur in de nacht ging iedereen naar huis, eerst de Desselgemnaars evenwel op de voet gevolgd door een groep Waregemnaars. Waardin Marie hoorde nog een Waregemnaars zeggen dat sij Willem van Marcke gonghen slaen. Aan de herberg ’t Strop, op de splitsing van de heerweg naar Deerlijk en Desselgem, kwam het tot een woordenwisseling met verwijten aan het adres van Willem Vanmarcke. Het kwam tot een gevecht waarbij Vanmarcke de fatale slag kreeg op het hoofd. Desselgemnaar Pieter Jacques getuigde dat een persoon hem onbekend heeft eenswighs ghesleghen den voorschreven Vanmarcke dat hij ter aerde is ghevallen sonder meer te spreken. Dan heeft hij deposant [getuige Pieter] den selven Vanmarcke hooren rochelen. Getuige Philip Vandevelde had gezien dat kort daarvoor Jacques Mingnau eenen stock hadde ghetrocken vuijt de houdtmijte van Joannes Descheemaeckere. Een klap met een stok kan de zware gevolgen verklaren. Geen enkele getuige had gezien wie had geslagen. De vermoedelijke daders beweerden dat ze Willem Vanmarcke bewusteloos hadden gevonden op straat.

De herbergier van ’t Strop getuigden dat Jan Nowette en Jacques Mingnau een cortewaghen kwamen vragen om dat jonck calf naar veldwachter Joos Nachtegaele te voeren. Rond 3 uur in de morgen werd Willem Vanmarcke op de keukenvloer bij Joos Nachtegaele gelegd. Jacques Mingnau zei: schout wilde een drock calf coopen. Willem Vanmarcke is daar een dag later gestorven. Op 15 april werd het slachtoffer te Waregem begraven.

Fig. 2: Begrafenis van Willem van Marcke: 15° aprilis obiit trucidatus Guillelmus Van Marke ex Desselghem sacramentorum tamen absolutionis et extremis unctionis praemunitus, aetatis 23 circiter annorum © Rijksarchief Kortrijk

Op 15 april stierf Willem Vanmarcke uit Desselgem, vermoord/afgeslacht/gedood, nochtans gesterkt door de sacramenten van de biecht en het laatste oliesel, in de leeftijd van ongeveer 23 jaar.

De stervende Willem kreeg nog het bezoek van een dokter (chirurgijn) en na zijn overlijden  werd een lijkschouwing gedaan. Het verslag daarvan is evenwel niet bewaard, ook niet het vonnis. Wel bevat het dossier nog een arrest waarbij zes Waregemnaars werden gearresteerd en al hun bezit gesekwestreerd werd t.t.z. in  gerechtelijke bewaring geplaatst.

Door het stamboomonderzoek van Patrick Migneau weten we dat hoofdverdachte Jacques Mingnau kinderloos is overleden te Brugge. Mogelijk werd hij verbannen uit de regio Waregem.  

Het gebeuren toont aan dat jonge mannen clans vormden om de huwelijkskandidates van de eigen parochie te beschermen. Op kermissen moest extra bewaking voorzien worden om gevechten tussen de dorpsclans te voorkomen, vergelijkbaar met de voetbalsteward bij risicomatchen op vandaag. De jonge huwbare meisjes waren niet zelden de ophitsende factor. 

Dialectwoorden in de getuigenissen:

bolle = krulbollen (http://www.krulbol.be)
lis
= bank
eenswighs, eensweegs = kort en goed
uitgenomen = tenzij
couten = praten
gonghen slaen = zouden slaan
weupelijnck = schreeuw
schuijffelijnck = fluitje
cortewaghen = kruiwagen
ghelas = glas
toeback ghesmoort = tabak roken
confreers = confrères = collega’s of vrienden
onder mallecanderen = onder elkaar
carrelle  = querelle = dispuut
tusschenspreken  = bemiddelen
cnock = hoek, kruispunt
schout = gerechtsdienaar, officier, veldwachter
buijten sijn verstand = bewusteloos
clappen = praten

gilder in “seght wie gilder sijdt” = zeg wie jullie zijn


Hoeve de Cattesteert, een geklasseerde hoeve, een pareltje van rust.

Tussen de Gaverbeek en de heerweg Kortrijk-Deerlijk-Waregem vinden we een lange reeks historische hoeven die meestal verbonden zijn met een rechte dreef naar de heerweg. Het zijn typisch Germaanse vestigingen van omstreeks het jaar 500. De omwalde hoeven liggen op de rand van het overstromingsgebied, tussen de akkers en de meersen. De landbouw-productie was gebaseerde op graanteelt voor de mens en gras of hooi voor het vee. Op verschillende plaatsen langs de Gaverbeek waren depressies die jaarlijks overstroomden: de Gavers, de Ingelbrechtegemmeersen zuid van de Vichtseweg en de Keukelmeersen aan het stadion. In de zomer waren dit de beste hooimeersen, typisch lange smalle percelen.

Nagenoeg de helft van de historische hoeven zijn ondertussen gesloopt en bij de overblijvers zijn veelal de omwallingen gedempt. Op het grondgebied van Waregem kennen we het Goed te Voorde (E. De Coninckstraat 31), het Goed te Nieuwenhove, het Goed ter Sluizen (Vichtseweg 25), het Goed te Bellegem (Vichtseweg 9), het Goed ter Beke (Industrielaan 81), het verdwenen Goed ter Bank oost van de Biest en het kasteel van Potegem tegenover de hypodroom.

Fragment uit de Popp-kaart (1850) van Nieuwenhove tot de Biest. De witte streep tussen twee samengevoegde kaarten is de Deerlijkseweg, vroeger de heerweg Kortrijk-Deerlijk-Waregem. Van onderaan links tot bovenaan rechts de Gaverbeek met aan het Goed ter Beke de monding van de Hooibeek. De hoeve de Cattesteert is verbonden met de Deerlijkseweg met een slag, een restant van de verdwenen Bellegemstraat. Let wel: de Vichtseweg tussen de Deerlijkseweg en de Mirakelstraat werd pas later aangelegd. © Geopunt

 

Het Goed te Bellegem en de hoeve de Cattesteert liggen tussen het Goed ter Sluizen en het Goed ter Beke en waren nooit omwald. Ze zijn van een latere periode. Het Goed te Bellegem werd vermoedelijk gebouwd omstreeks de 13de eeuw door het hospitaal van Kortrijk. De Cattesteert is nog veel recenter. Het was de vervanger van een vervallen hoeve die meer noordwaarts stond tegen de heerweg. De familie Baert, die er enkele generaties woonde, was tijdens de crisis van het einde van de 17de eeuw geruïneerd en verliet de hoeve. De weduwe van Jan Baert, was zelfs fugitief, radeloos weggelopen door de vele schulden. Het volledige familiebezit werd openbaar verkocht.

Toen na de Vrede van Utrecht (1713) Lodewijk XIV zich terugtrok uit Vlaanderen kwam het herstel. In die periode werd de Cattesteert gebouwd door Jan Destoop fs Gillis, zoon van de burgemeester van Waregem. Vader Gillis was eigenaar van het Goed ter Beke. De Cattesteert kreeg recent die naam omdat het grenst aan een perceel dat van ouds de cattesteert werd genoemd. De naamverklaring is duidelijk want nog op vandaag is de grond bedekt met kattenstaarten, een plant die zeer moeilijk te verdelgen valt.  Kattenstaart, paardenstaart of akkerpest zijn namen die in de volksmond worden gebruikt om heermoes aan te duiden. Men zegt dat aan het einde van de wortel van deze plant een klompje goud hangt waarmee men aangeeft dat de volledige wortel wegnemen onmogelijk is.

Ondertussen staat de nieuwe hoeve, de Cattesteert, er al bijna drie eeuwen. De schuur en het overbuur zijn nog origineel en werden onder leiding van architect Etienne Ducatteeuw vakkundig hersteld. De geklasseerde hoeve is omringd door een bos van zeven hectare. Een pareltje van rust in een levendige regio en soms rumoerige stad.    (bijdrage Filips Benoit)


Gil Bossuyt toont sporen van WO I in Leiestreek

Gil Bossuyt is onze deskundige medewerker over de gebeurtenissen tijdens WO I bij ons. Hij is auteur van het naslagwerk ‘Bevrijdingsoffensief
in de Leiestreek : van Ieper tot Gaverbeek'. Naar aanleiding van de publicatie van het boek werkte hij ook een boeiende voordracht over ‘WO I in de Leiestreek’. Daarin vertelt hij over de oorlogsgebeurtenissen in de streek en breng alle gebeurtenissen overzichtelijk in kaart. Natuurlijk licht hij ook een tipje van de sluier over zijn opzoekmethodes en nieuwe ontdekkingen.

In zijn jongste nieuwsbrief vernemen we ook zijn nieuw aanbod met zijn aanbod Frontaal . Al enkele jaren gidst hij groepen en verenigingen op een boeiende fietstocht door de Leiestreek. Telkens staan de deelnemers versteld, hoeveel sporen van Wereldoorlog 1 er nog te vinden zijn. Verhalen van bezetting en bevrijding… een tocht langs vergeten vliegvelden, munitiedepots en natuurlijk ook enkele begraafplaatsen en monumenten.

Vanaf 2024 breidt hij zijn Leiestreek-aanbod letterlijk uit! Niet met de fiets, maar met een minibus neemt hij een groep tot 8 personen mee en voorzien we een volledig dagprogramma in de regio rond de Leie.

Voor zijn rijk aanbod verwijzen we nar zijn nieuwsbrief op https://shoutout.wix.com/so/28OkR_frF?languageTag=en&cid=896e73f6-f0cb-4110-a2ba-040b95f7901d&region=a5111b06-d3cc-4955-9332-f359e829c775


Autoloze zondag : 18 november 1973

50 jaar geleden op 18  november 1973 vond wegens de oliecrisis de eerste autoloze zondag plaats in een reeks van zes. Dat was wegens het opzettelijk dichtdraaien van de oliekraan in het Oosten als boycot om de olieprijs te doen stijgen in de Westerse landen. Eerder waren er in ons land al eens autoloze zondagen geweest naar aanleiding van de Suezcrisis op 25 november 1956. Dat was een conflict over het bezit en de toegang van het Suezkanaal dat tot een oorlog leidde in de Sinaï tussen Egypte enerzijds en Israël, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk anderzijds.

Van 18 november 1973 tot en met 13 januari 1974 werden er als gevolg van de oliecrisis verschillende autoloze zondagen georganiseerd in ons land. De OPEC (Organisatie van Olie-Exporterende Landen) verhoogde eerst de olieprijs met 70 procent en amper een week later werd de oliekraan naar het Westen zelfs bijna helemaal dichtgedraaid omwille van de steun aan Israël in de Jom Kippoeroorlog. Om te voorkomen dat de strategische reserves moesten worden aangesproken, werden verschillende maatregelen afgekondigd.

Duurzaamheidsorganisatie Club van Rome had toen net het rapport Grenzen aan de groeiuitgebracht. Hun computermodellen lieten zien dat het toenmalige economische systeem zou instorten door de combinatie van uitputting van grondstoffen, de sterk groeiende wereldbevolking en de toenemende aantasting van het milieu.


Keizer Karel verleent Jan Waelkens genade voor onvrijwillige doodslag

(Filips BENOIT)

In januari 1520 eindigde een schijnbaar onschuldige pesterij tussen twee pubers met de dood van Michiel Tack. Het begon met het afnemen en weggooien van een muts. Na wat schermutselingen kreeg Jan wel zijn muts terug, maar ze werd hem in zijn gezicht gesmeten. Blijkbaar was dit gestoei onschuldig want beiden joncmannen verlieten elkaar die morgen al lachend (scheedende al lachende van elcanderen).

Diezelfde dag, bij zonsondergang, kwam Michiel voorbij het huis van Jans vader. Jan stond op thof zijn watere makende jegens een boom. Michiel had een stok in de hand. Jan vroeg wat wilde maken met dien lange stock? Wil je misschien daarmee smitten naar mij? Michiel voelde zich uitgedaagd en dreigde naderbij te komen. Nu nam Jan ook een stok (pertse) en dreigde op zijn beurt Michiel daarmee te lijf te gaan. Het potje begon te koken. Michiel wierp met zijn stok en Jan deed hetzelfde. Michiel werd geraakt op de slaap van het hoofd en overleed een week later. Jan had oprecht spijt maar uit schrik voor de strengheid (rigeur) van de justitie vluchtte hij uit Vlaanderen om elders te leven in grooten aermoede.

De terugkeer van Keizer Karel uit Spanje en zijn kroning tot keizer hetzelfde jaar in Aken was het ideale moment om een genadeverzoek in te dienen. We vermoeden dat Jan toen in Brabant verbleef want hij ontving de genadebrief in Leuven op augustus 1520.

Jan werd vrijgesproken van alle criminele vervolging en straffen maar moest nog de burgerlijke (civile) boetes betalen t.t.z. een schadevergoeding aan de familie Tack, de proceskosten en de kosten van de genadebrief. Pas dan werd hij weer aanzien als een vrij man van goed gedrag en zeden: vanaf desen wederom gestelt ende gerestitueert stellen weder ende restitueren tot zijnen goede fame, name ende geruchte in ons landen.

Stamboomgegevens:
De naam van de vader van Jan Waelkens werd niet vermeld. Jan konden we niet met zekerheid identificeren en een plaats geven in de stamboom Waelkens. Michiel Tack wel, maar van vader Rogier zijn geen kleinkinderen gevonden. Deze tak is uitgestorven. Hieronder de weesakte opgemaakt bij het overlijden van vader Rogier Tack met daarin de vermelding van de dood van zoon Michielkin na 1516. Boven zijn naam staat “doot”, zie kader.

Bronnen:
© Archives Départementales du Nord, Série B, nr. 1731 f°29 v°.
© Rijksarchief Kortrijk, Weesregister 38, Waregem f° 5 v°.


225 jaar Boerenkrijg

225 jaar geleden brak er in de Zuidelijke Nederlanden een korte opstand uit. De Boerenkrijg was een opstand in 1798, tijdens de Franse tijd, van de landelijke bevolking tegen het door de Fransen in de Zuidelijke Nederlanden gevestigde staatsgezag. Oorzaak was de misnoegdheid over de aantasting van rechten en plundering van het land. De wet van 5 september 1798 op de algemene dienstplicht was de druppel die de emmer deed overlopen. De opstandelingen hadden als leuzen Voor Outer en Heerd ("voor altaar en haard", dit betekent: "voor Kerk en gezin") en ook Vivat de Keizer, omdat ze hoopten op een herstel van het Oostenrijks bestuur (Vrede van Campo Formio  17 oktober 1797 : inlijving door Frankrijk van de Oostenrijkse Nederlanden).  Ze werden door de Fransen brigands (struikrovers) genoemd.

Zondag 28 oktober 1798 staat in de geschiedenis van West-Vlaanderen bekend als ‘Brigandszondag’. Die dag wordt traditioneel gezien als het hoogtepunt van de opstand. Ook Waregem, Sint-Eloois-Vijve en Desselgem staan bekend als gemeenten met grote actiebereidheid (ingedeeld in de op één na hoogste klasse). Op zondag 28 oktober in volle Boerenkrijg-tijd (van 12.10 tot 5.12) had het verzet tegen de militaire dienstplicht in onze regio zijn hoogtepunt bereikt. Uit vrees voor geweld hadden Francois Vanhoutte en Joseph De Sloovere als gemeentelijke bestuurders van respectievelijk Deerlijk en Waregem hun ontslag ingediend, maar het werd geweigerd. Onder aanvoering van landbouwer Francois Gezelle werd het gemeentehuis en de gendarmerie van Sint-Eloois-Vijve geplunderd. In december werd hij samen met de 11-jarige Vijvenaar Pierre-Jean Somaine (Samyn) en de Waregemse brigandchef Francois Hinnekens, de 20-jarige voerder Philippe Hierlanne, de 22-jarige Joannes Baptiste De Reque (De Rycke) en hereboer Ghysels aangehouden en naar Rijsel afgevoerd.

Palmer maakte muziek voor herdenkingen in 1898 van 100 jaar Boerenkrijg.


De Bevrijding van Waregem in 1918

De zaterdagavond 19 oktober 1918 konden de Britten een ponton aanleggen en de Leie oversteken tussen Bavikhove en Beveren. De zondag volgde de verovering van Desselgem. De Fransen konden pas in de nacht van 20 op 21 oktober hun bruggenhoofd uitbouwen tussen de grens Ooigem/Wielsbeke en de Desselgemse Leiekant. Met veel moeite werd op 22 oktober de Gentstraat aan Den Engel bereikt. In de vroege ochtend van 23 oktober stelden Franse verkenners vast dat de Duitsers zich hadden teruggetrokken en konden de Fransen oprukken en was Waregem centrum om 10u na enkele korte schermutselingen door de Fransen bevrijd. Overal hingen Belgische kleuren in de straten en de Waregemnaren begroetten enthousiast de bevrijders. Op de linkervleugel kregen de Fransen ook een bredere strook langs de Leie in handen en kon die woensdagmiddag ook Sint-Eloois-Vijve bevrijd worden.

De feestelijkheden waren van korte duur, want de Duitsers bleven hevig weerstand bieden achter een nieuwe weerstandslijn: de Gaverbeek. De Fransen waren opgesloten in het Waregemse centrum en de inwoners kregen het zwaarder dan ooit te verduren door Franse en Duitse beschietingen. Een ware terreur was ook het gebruik van gasgranaten door de Duitsers. De rust was wel grotendeels teruggekeerd in Beveren, Desselgem en Vijve, maar het zou nog een ganse week tot de donderdag 31 oktober duren vooraleer de Duitsers eindelijk door de Fransen en de Amerikanen (vanaf 30 oktober) uit Waregem verdreven werden.

In Waregem was het chaos troef. Hele straten lagen in puin. Huizen waren uitgebrand en ingestort. Er waren een week lang zware gevechten met schermutselingen en achterhoedegevechten. Vooral het gebied rond het Leeuwken was stevig in Duitse handen. Ook Desselgem werd nog het slachtoffer van beschietingen om de bevoorrading te belemmeren. Zo ontsnapte Churchill op 29 oktober ternauwernood aan de dood in de Ooigemstraat (zie eerder verhaal). Amper elf dagen na de zware gevechten te Waregem kwam er een einde aan de Eerste Wereldoorlog en kon gevluchte bevolking terug naar huis.

Sandrin Coorevits, Filip Santens, ea,  Memorial Rain, stadsarchief.

Gil Bossuyt, Bevrijdingsoffensief in de Leiestreek van Ieper tot Gaverbeek.


Aurèle Vandendriessche, Waregems atletiekidool

We vernemen het overlijden van Aurèle Vandendriessche (º 4 april 1932 Anzegem - † 17 okt 2023 Waregem). Aurèle Vandendriessche zal steeds een plaats blijven innemen onder de grootste sportidolen van Waregem. Zijn ijzeren wilskracht, zijn natuurlijke kracht en zijn innemende persoonlijkheid typeren de man die op het lokale, nationale en wereldforum tussen 1956 en 1964 grote bekendheid en een onovertroffen populariteit heeft verworven. Op Europees niveau was lange afstandsloper Aureel Vandendriessche  een absolute topper en op het wereldforum kon hij met wat meeval, of anders gezegd zonder tegenslag, de grootste wedstrijden bij de wereldvedetten winnen. Hij won onder meer tweemaal de marathon van Boston en een aantal andere grote marathons, maar door omstandigheden ontglipte hem een olympische medaille bij drie deelnames. Op nationaal domein had hij in zijn specialiteit - de marathon - geen concurrentie. Hij won negen opeenvolgende jaren van 1956 tot 1964 de titel van kampioen van België, het toonbeeld waarnaar velen opkeken.

De Waregemse Atletiek Club W.A.C. kende een bloeiperiode in het Regenboogstadion met talenten zoals Roger Deweer, Frans Herman, René Herpol, Etienne Demeyer, Lieve Ducatteeuw, Anja De Brabant.  Aurèle Vandendriesshe bezorgde Waregem absolute atletiek-hoogdagen. Zo bv op 3 oktober 1962 was het Regenboogstadion gevuld met 5000 supporters voor een aanval van Aurèle op het wereldrecord van de 30 km. De piste lag die dag echter zeer zwaar wegens een wolkbreuk de dag voordien. Aurèle stelde ondanks de omstandigheden zijn supporters niet teleur en brak het wereldrecord: de 30 km in 1 u 34' 41" of volle 20 seconden beter dan het vorige record.

Aurèle Vandendriessche heeft zilveren medailles gehaald tijdens de  Europese kampioenschappen te Belgrado in 1982 en Boedapest in 1986. In 1963 kreeg hij de nationale Trofee voor Sportverdienste, in 1962 de Gouden Spike. Vier keer was hij winnaar van de Zeslandenwedstrijd : 1957 (Brussel), 1959 (Duisburg), 1961 (Parijs) en 1965 (San Remo). In 1961 was hij Belgisch kampioen op de 10.000 meter.

e-waregem (seniorennet.be)


50 jaar Fifty-One club Waregem

De serviceclub Fifty-One Waregem vierde zijn gouden jubileum (1973-2023) met een feestzitting in Waregem Expo. Om hun maatschappelijke betrokkenheid in de verf te zetten, hadden ze Vlaams minister-president Jan Jambon uitgenodigd, die de 247 aanwezigen tijdens het diner onderhield over de toekomst van Vlaanderen, waarin Fifty-One als serviceclub hun specifieke bijdrage willen leveren. De Fifty-One Club Waregem werd opgericht in 1973, de eerste 51-club in West-Vlaanderen en telt momenteel 28 actieve leden. Tweemaal per maand houden zij een ontmoetingsvergadering, waarbij agendapunten, projecten en taken besproken en beslist worden.

Medestichter en past voorzitter Roger Verbrugge gaf in een brochure toelichting bij het ontstaan en ontwikkeling van de serviceclub in Waregem. “We begonnen met 12 en kozen als lokaal het alom gekende restaurant ‘Au Pigeon d'Or’ op de hoek van de markt met de Holstraat. De eerste officiële vergadering vond daar plaats op 18 december 1973 met talrijke aanwezigen van Antwerpen-Haven, afgevaardigden van locale serviceclubs, en talrijke clubleden van Gent die hun keure-overhandiging kwamen aanprijzen. Als eerste Club in West-Vlaanderen met stamnummer het cijfer 9 mogen wij ons dus rekenen bij de tien eerste clubs van District 102. Er is zéér veel werd gerealiseerd. Door omstandigheden moesten wij wel meermaals van Clublokaal veranderen: na Pigeon d'Or, na Diana, na Happy, na Ambassade en na Gastronoom, kwamen we in de Grand Cru.”

Onder impuls van Luc Kint is jaren geleden gestart met een wijnactie om inkomsten te hebben voor ‘Dienst aan de gemeenschap’. Een caritas-comité selecteert jaarlijks voor de algemene vergadering een lijst van sociale, caritatieve en culturele projecten die alsdan zullen gesteund worden. Naast de vele kleine projecten van steun aan zorginstellingen en organisaties in en rond Waregem, kunnen enkele realisaties genoemd zoals de Koetsentocht voor mindervaliden, het Kelderke, oldtimer tour Classics4Kids en hun geschonken kunstwerken aan de stad (Bronzen paarden Jan Desmarets, Sprong van Jean Claeys en paard van Kamagurka).         

e-waregem (seniorennet.be)


9 oktober 1297 Wapenbestand Sint-Baafs-Vijve

Op 9 oktober 1297 ondertekenden de Franse Koning Filips IV de Schone en de Engelse koning Edward I het wapenbestand van Vijve. Het bestand kwam tot stand door bemiddeling van paus Bonifatius VIII. De ondertekening had plaats in wat we nu het Blauw Kasteelke noemen in de Moerdijkstraat 2 te Sint-Baafs-Vijve. De overlevering vertelt ons dat het bestand werd onderhandeld en getekend in de abdijhoeve of in de hoeve aan de Mandelbocht. De kelders van dit boerenhuis dateren uit de 13de eeuw en net als in kasteel Potegem is ook hier sprake van een vluchtweg via ondergrondse gang.

Het wapenbestand van Sint-Baafs-Vijve wordt in meerdere historische werken vermeld in het kader van de vrijheidsstrijd van het graafschap Vlaanderen en meer in het bijzonder het conflict tussen de Franse koning en de Vlaamse graaf Gwijde van Dampierre. Hij werd hier in de steek gelaten door de koning van Engeland, zijn toenmalige bondgenoot. Het wapenbestand van Sint-Baafs-Vijve heeft zijn plaats in het verhaal over de Guldensporenslag, vijf jaar later.

De pauselijke gezanten organiseerden hun “vredesconferentie” volgens overlevering op de hoeve "'t Blauw Kasteelke". De hoeve was het foncier van de heerlijkheid "ter Mandel" of "ter Mandere", toebehorend aan de heer van Ingelmunster. De ontmoetingsplaats  werd wellicht aangeduid op aanwijzen van Jan van Rode, heer van Ingelmunster en Vijve, en eigenaar van de vestiging.  

e-waregem (seniorennet.be)


Lezing met Genetisch Genealoog prof. Maarten Larmuseau

Op 25/01/2024 is Maarten Larmuseau te gast bij Geschied- en Heemkundig Genootschap Waregemse Verhalen om 19u in Bibbox Waregem waar hij een lezing heeft over DNA in de genealogie.

Wie op donderdag 30/08 Maarten Larmuseau niet gehoord heeft over genealogie kan het hier herbeluisteren. Meer dan de moeite waard.

https://www.vrt.be/vrtmax/luister/radio/w/weetikveel~11-7/weetikveel~11-24303-0/?fbclid=IwAR0gChCKFameH_wKqNXbviqRiYXMEIwHVEH1bMscbR 


Verhaal van Waregem

Wie wil meewerken aan het historisch verhaal van Waregem?

Zeker in een eerste aflevering zou dit verhaal zich niet kunnen beperken tot wat er zich afspeelde op het huidig grondgebied van Waregem. Wegens de ligging van Waregem tussen 4 Vlaamse regio’s zouden we ons ook niet kunnen laten inperken tot de nieuwe regio Zuid West-Vlaanderen, maar ook gelden voor andere buurgemeenten Zulte (regio Gent), Kruisem-Wortegem (Vlaamse Ardennen) en Wielsbeke-Dentergem-Oostrozebeke (Midwest).

In een eerste aflevering van ‘het verhaal van Waregem’ moeten we het onder meer hebben over het ontstaan na de ijstijd van het landschap tussen Leie, Mandel en Gaverbeek. Daartussen kwamen de eerste menselijke vestigingen. We maken dan een grote stap naar de Romeinse tijd. Resultaten van Archeologische opgravingen en de geschiedenis van ons wegennet kunnen ons helpen bij een reconstructie. Wellicht was er toen reeds een overgang van de Leie mogelijk in Vijve. Uit die tijd dateren ook de Heirwegen langs de Leie en andere verbindingen (Gentse Heirweg)..

Enkele van onze gemeenten zijn genoemd naar Frankische nederzettingen (Waro, Thraswald, …) of waterlopen (Vijve, Brebona). Over die Frankische periode en daaropvolgende eeuwen kan, ondanks ontbreken van vermeldingen van plaatselijke feiten in geschreven documenten uit die tijd, heel wat worden verteld. Benamingen van hofsteden, typoniemen, … kunnen nog verwijzen naar die periode. Er zijn op ons grondgebied ook sporen gevonden van bezoek van de Vikingen, die destijds ook onze contreien aandeden langs de Leie tussen Gent en Kortrijk. …

Met de belangrijke bewaarde historische bron van de schenking omstreeks 965 door de Vlaamse graaf Arnulf aan de St. Pietersabdij zouden we dan een tweede aflevering kunnen beginnen.